Analyse bevraging Ottopia

DEMOGRAFIE

 

·       330 personen beantwoordden de enquête, waarvan het overgrote deel (90%, Q2) gedomicilieerd is in Ottenburg en zich echt Ottenburgenaar voelt (94%, Q1). 40% van de bevraagden voelt zich het meest verbonden met het centrum, 10% met elk van de vermelde andere wijken of straten. Camping De meeste respondenten wonen al ruim 30 jaar in het dorp (Q9). 37% is honkvast en niet van plan om het dorp te verlaten; 58% heeft geen idee wanneer dat eventueel zou kunnen gebeuren.

·       Het grootste deel van de respondenten vallen binnen de leeftijdscategorie 33-66 jaar (75%, Q3). Slechts 6% van de respondenten zijn kinderen of jongeren. 9% behoort tot de oudere leeftijdscategorie. Er zijn evenveel mannen als vrouwen (Q4).  De gemiddelde gezinsgrootte is iets groter dan 3 (Q7).

 

WOONKARAKTERISTIEKEN

 

·       87% van de respondenten is eigenaar van de woning. 10% huurt (Q11). 78% van de woningen zijn in open bebouwing (Q12). Bijna de helft van de mensen (48%, Q14) geeft aan over een grote tuin te beschikken; nog eens 33% kan er nog altijd in voetballen. 

·       81% denkt dat er in Ottenburg geen nood is aan meer woningen (Q25). Als er dan al moeten bijkomen, dan bij voorkeur voor jonge gezinnen (54%, Q26).

 

MOBILITEIT

 

·       Ottenburgenaars moeten behoorlijk wat afstand afleggen om zich naar school of werk te verplaatsen (Q15). 66% van de respondenten moet verder dan 10 km (18% daarvan zelfs verder dan 30 km). Een kwart van de bevraagden (25%) blijft dan weer binnen een straal van 5 km. Over het algemeen heeft men weinig last van file bij die verplaatsingen (Q17).

·       De auto is veruit het populairste vervoermiddel (Q16). 83% maakt er gebruik van. 98% van de respondenten heeft er één in bezit (Q41). De auto wordt vooral voor werk, boodschappen, medische diensten en sociale contacten gebruikt (resp. 73%, 69%, 77% en 79% van de bevraagden, Q45, Q46). 27% is hoe dan ook niet van plan om naar een ander vervoermiddel over te schakelen (Q47). Evenveel mensen gebruiken de auto zo weinig mogelijk. Beter en/of gratis openbaar vervoer zou een belangrijke aansporing zijn om de auto te laten staan (resp. 25% en 18%, Q47). Ook veiliger fietspaden (binnen Groot-Huldenberg en van en naar Leuven) zouden de mensen kunnen overtuigen om minder van de auto gebruik te maken (ir Q47).

·       Op de tweede plaats komen dan de zachtere vervoersmodi (fiets: 25%, te voet: 17%). Fietsers en voetgangers maken graag gebruik van ‘trage wegen’ (54%, Q18). 35% van de bevraagden geeft aan over een elektrische fiets te beschikken (Q41). Het gebrek aan (veilige) fietspaden wordt meermaals als knelpunt aangeduid en wordt ook onder Q48 als een belangrijk verkeersprobleem gemeld (53% van de bevraagden).

·       De bus wordt door 10% van de respondenten gebruikt (Q16). Regelmatig gebruik is vooral aan school gekoppeld (8%, Q42). Occasioneel gebruik is meer op recreatie of boodschappen gericht. 30% geeft aan soms de nachtbus te gebruiken. Men geeft aan dat het busaanbod kan verbeterd worden door frequentere ritten, comfortabelere bushalten, stiptheid en meer betere aansluiting tussen TEC en De Lijn.

·       Opvallend: niettegenstaande de relatieve nabijheid van station Florival vertrouwt slechts iets minder dan 7% van de respondenten op de NMBS om zich te verplaatsen(Q16) en dat dan nog meestal om naar school te gaan (3%, Q45). Een aantal Ottenburgenaren stappen wel op in Sint-Joris-Weert. Een aantal respondenten geeft aan zelfs nooit van het station gehoord te hebben (ir Q43). De meesten hebben nemen de auto om er zich naartoe te verplaatsen (ir Q43). De Florivalstraat wordt als onveilig aangevoeld voor fietsers (ir Q47). Geen parking, beperkte mogelijkheid om fietsen te stallen, en de verplichting om over te stappen om naar Brussel te gaan worden onder Q43 bijkomend aangehaald als redenen om niet van de trein gebruik te maken.

·       De verkeersdrukte in de spits en het te snelle verkeer zijn belangrijke verkeersgerelateerde problemen (54% in beide gevallen, Q48). 17% klaagt over te veel vrachtverkeer. Individuele respondenten verwijzen vaak naar het sluipverkeer (op de Leuvensebaan en Florivalstraat) dat met de aanwezigheid van GSK in Wavre-Nord samenhangt. Het kruispunt Leuvensebaan-Terlaenenstraat wordt als onveilig gezien (ir Q48). De herinvoering van de voorrang van rechts in het dorp creëert onduidelijke en onveilige situaties (ir Q48). Conflicten tussen fietsers en gemotoriseerd verkeer worden ook relatief vaak gemeld (23% met individuele fietsers, 17% met groepen, Q48). 23% van de respondenten vindt dat er te weinig parkeerruimte is. Parkeren bij de slager creëert onveilige situaties (ir Q48).

·       Verkeersmaatregelen die de snelheid van het gemotoriseerd verkeer aan banden leggen, krijgen veel steun; 52% vindt dat er meer controle moet komen (en meer bepaald tijdens de spits), 23% vindt het een goed idee om de zone-30 aan de school te handhaven met een flitspaal, 23% is voor meer verkeersremmers. Voor meer verkeerslichten is er echter geen steun (minder dan 5%). Ook een verlaging van de maximumsnelheid is niet aan de orde (11%).  Individuele respondenten geven aan dat het geen zin heeft om de zone-30 uit te breiden want ze wordt toch niet nageleefd (ir Q49). Afschaffen van de voorrang van rechts wordt ook erg vaak gemeld als een gewenste maatregel (ir. Q49). Het kruispunt Leuvensebaan-Terlaenenstraat zou best heringericht worden (afbreken kapel). De verkeersafwikkeling rond de school moet ook verbeterd worden (zone-30 handhaven). En dan natuurlijk zorgen voor veiliger fiets- en voetpaden.

 

LEEFKWALITEIT

 

·       Mensen komen in Ottenburg wonen omwille van de mooie streek en van de rust (resp. 46% en 33%, Q10). Rust en een aangename woonomgeving worden dan ook hoog gewaardeerd (resp. 56% en 71%, Q20). 71% vindt dat ze in een mooi dorp wonen (Q24). 81% vindt het een oase van rust (Q24).

·       Ongeveer een kwart (24%) geeft aan dat ze hier altijd gewoond hebben, of dat er familie in de buurt woont (24%). Dat laatste is voor 37% van de respondenten een belangrijke factor waarom ze hier graag wonen (Q20). Vrienden in de buurt en contact met buren/dorpsgenoten is voor resp. 51% en 44% een factor van ‘graag in Ottenburg wonen’ (Q20). 61% geeft aan toch graag wat meer contact te hebben met dorpgsgenoten (Q54). Straat- en buurtfeesten, het inrichten van spontane ontmoetingsplaatsen en het stimuleren van een actief verenigingsleven worden het vaakst vernoemd als manieren om contact te bevorderen (ir Q56). 

·       31% is hier komen wonen omdat ze er een geschikte woning hebben gevonden (of bouwgrond, 14%, Q10). Betaalbaarheid wordt door 13% als motivatie aangehaald.

·       Andere elementen die bepalen dat mensen graag in Ottenburg wonen zijn: werk in de regio (25%, Q20), aanwezigheid van winkels (37%) en een actief verenigingsleven (27%). Bereikbaarheid wordt wat lager ingeschat (19%). Slechte bereikbaarheid wordt wel door 27% van de respondenten opgegeven als reden waarom men niet graag in Ottenburg woont (Q21). Onveilig verkeer is echter de belangrijkste reden van ongemak (34%, Q21).

·       Vormen van storend gedrag waren Ottenburgenaars zich zorgen over maken zijn: leegstand van gemeentelijke infrastructuur (30%, Q37), verkeersagressie (25%), sluikstorten (22%), en inbraak (21%). 18% geeft aan zich helemaal aan niets te storen. Wat het veiligheidsgevoel in het dorp betreft: 84% voelt zich veilig in Ottenburg (Q24).

·       Bij de bronnen van ongemak scoren de verkeersgerelateerde factoren hoog: verkeersdrukte (27%, Q22), sluipverkeer (19%), vrachtverkeer (13%). Ongemak komt ook van geurhinder (21%), zwerfvuil (19%), en geluidsoverlast door vliegtuigen (15%). 21% heeft nergens last van. 

 

 

VOORZIENINGEN

 

·       Slechts 10% van de bevraagden geeft ‘te weinig voorzieningen’ aan als reden waarom ze niet graag in Ottenburg wonen (Q21). Evenveel mensen vinden dat er te weinig uitgangsmogelijkheden zijn.

·       Koploper van de als cruciaal aangestipte voorzieningen in het dorp is een apotheek (95%). Meer dan 80% van de mensen vindt ook de aanwezigheid van een school, dokter, superette, bakker, slager, groenten & fruitwinkel, geldautomaat, en een feestzaal/tuin belangrijk.

·       Qua winkels of diensten worden vooral een postpunt of afhaalpunt voor pakjes gemist (Q39, resp; 42% en 49%, zie ook Q33). 34% ziet een wekelijkse markt wel zitten (44% zou er naartoe komen mocht er een markt zijn, Q33). Een krantenwinkel zou welkom zijn (30%). Daarnaast ook een boerenmarkt (25%), een fietsenmaker (25%), een bibliotheek en gemeentediensten (beiden 23%). Een viswinkel werd door 21% aangestipt.

·       Op de open vraag ‘ik mis vooral de nabijheid van …’ (Q40) wordt heel vaak verwezen naar een restaurant of bistro. Daarnaast zouden een aantal mensen ook een (pop-up) containerpark willen zien.

·       Een kinderdagverblijf en buitenschoolse kinderopvang zouden welkom zijn voor resp. 37% en 34% van de respondenten (Q31). 28% vindt dat er geen extra opvang nodig is.

·       Qua zorgfaciliteiten geeft 25% van de respondenten aan dat ze van thuiszorg zouden gebruik maken als dat meer of beter beschikbaar zou zijn in Ottenburg (Q33).

·       Voor de jeugd liggen de prioriteiten bij betere Chirolokalen (Q32, 73%), een jeugdhuis (50%) en sportterreinen voor mini-voetbal en basket (46%). Een jeugdvereniging en sportmogelijkheden buiten zijn het meest wenselijk voor de jonge Ottenburgenaren (Q51).

·       De lokale school kan bijdragen tot het dorpsleven via het ter beschikking stellen van lokalen (Q30, 40%) en van de speelplaats als openbaar speelterrein (35%). Ze kan ook activiteiten inrichten die het dorpsleven bevorderen (33%).

·       Over De Linde is men relatief tevreden als ontmoetingscentrum. 18% vindt het wel niet geschikt voor feesten (Q34). Een dorpshuis moet vooral een plek voor ontmoeting zijn (Q38, 67%), ruimte voor vergaderingen bieden (48%) en voor het volgen van cursussen (57%). Het is bij voorkeur ook een plek zijn waar activiteiten en uitstappen georganiseerd worden (50%). 

·       Verenigingen waar mensen wel appetijt voor hebben, focussen zich op sport (37%), wandelen (36%), tuinieren (27%), en natuur (27%). 28% vindt een vrouwen- of mannenvereniging wel wenselijk.

·       De dorpskerk wordt gewaardeerd omwille van zijn traditionele functies: dopen en bruiloften (Q35, 37%), begrafenissen (43%), feestelijke erediensten (27%). Het is ook gewoon traditie om er één te hebben (36%) en het is waardevol als patrimonium (34%). De kerk kan ook meer generiek ingezet worden als ontmoetingsplaats (36%) en voor culturele activiteiten (29%). Eventueel kunnen er ook zachte sporten in beoefend worden, zoals yoga (Q36, 41%). Ongeveer een kwart (Q36) ziet minder traditionele activiteiten wel zitten (blokruimte, commerciële activiteiten).  

 

 

DORPSINRICHTING

 

·       53%  is min of meer tevreden met wijze waarop er met ruimte wordt omgesprongen in Ottenburg (Q27). 16% is eerder tevreden, 27% is niet tevreden.

·       75% van de bevraagden is niet akkoord met de stelling dat de straten en pleinen van Ottenburg goed ingericht zijn. 67% vindt dat er niet genoeg pleintjes en parkjes zijn (Q24). Het mag allemaal ook wat netter zijn volgens 39% en 42% (resp. zwerfvuil en hondepoep, Q24).

·       De Ottenburgenaren die aan de bevraging deelnamen willen vooral meer ruimte voor natuur (Q28, 56%), voor sport (41%) en voor spel (42%). Ongeveer 20% vindt het goed zoals het is. Iets minder dan 20% vindt dat er meer ruimte voor handel mag zijn.

·       De groene kwaliteit van het dorp kan een troef zijn in het stimuleren van recreatief toerisme (Q52, 59%) met accent op wandelen (Q53, 55%), fietsen (59%), mountainbiken (40%), natuureducatie (28%), verkoop van streekproducten (50%) en culturele activiteiten (24%). Meer dan 80% van de mensen vinden fiets- en wandelroutes tot de belangrijke dorpsinfrastructuur behoren (Q29).

·       Voor de vernieuwing van de dorpskern is zeker steun. Maar dit moet wel gebeuren met behoud van het dorpskarakter. Generieke dorspkernverdichting is niet gewenst (slechts 16% is daar voorstander van, Q28).

 

 

HOOFDPUNTEN

 

·       Ottenburgenaren vinden dat ze in een mooi dorp wonen en waarderen de mooie streek en de rust. Die moeten gevrijwaard worden.

·       De grootste bron van ongemak is het verkeer. Er is teveel gemotoriseerd verkeer, met name ook doorgaand verkeer en sluipverkeer, en men rijdt te snel. Betere infrastructuur voor de zwakke weggebruiker, betere handhaving (tijdens de spits) en aangepaste inrichting van de dorpskern zouden enigszins soelaas kunnen brengen. De Ottenburgenaar maakt zelf ook veel gebruik van de wagen. Openbaar vervoer (bus, trein in Florival) wordt weinig gebruikt.

·       Over het algemeen is men tevreden met de voorzieningen die in het dorp geboden worden. Een postpunt en een goede bistro in het dorp zijn twee lacunes. Opwaardering van een dorpshuis zou ook een plus zijn. Over De Linde is men niet super-enthousiast. Voor de jeugd zijn betere Chirolokalen een must. De gemeentelijke infrastructuur zou beter beheerd en ingezet kunnen worden (leegstand).

·       De dorpsinrichting en het beheer van de ruimte kunnen verbeterd worden. De dorpskern moet veiliger worden en ruimtelijk coherenter, maar met behoud (of versterking) van het typische dorpskarakter.